De ontsnappingskunstenaar
Eind jaren negentig reed ik elke vrijdagmiddag van Leiden naar de Zeedijk in Amsterdam, voor een comic-store die gerund werd door Henk, een man met Chinese roots. Met een groepje van acht man wilden we erbij zijn als de comics in grote kartonnen dozen met een koerier binnenkwamen: tape opensnijden, flappen uitvouwen, de geur van inkt en belofte, alsof de Amerikaanse droom met die kartonnen doos was meegereisd. Soms streden we om special editions: uitgaven met een bijzonder omslag, waarvan er maar een beperkt aantal beschikbaar was.
Vanaf zaterdagochtend, als ik het laatste nummer alweer had uitgelezen, leefde ik toe naar die vrijdagmiddagen, kon ik niet wachten om weer in een nieuwe episode te duiken van comicschrijvers als Neil Gaiman. Vooral zijn reeks Death vond ik fantastisch: de dood als een punk-meisje dat aan je deur klopt, alsof ze met je uit wil, en tijdens die ontmoeting soms ook compassie krijgt en je nog wat respijt geeft.
Toen ik in 1999 een boek schreef over beeldtaal in populaire cultuur en van uitgever Thames & Hudson de wereld mocht overvliegen om allerlei schrijvers en ontwerpers te interviewen, stond Neil Gaiman bovenaan mijn lijst. Het was nog voor de tijd dat hij beroemd werd en zijn comics succesvol werden verfilmd. (En nog ver voor de tijd dat hij van ernstige wandaden beschuldigd werd.) Ik moest er een extra vlucht voor inruimen, naar Minneapolis, een deel van Amerika waar ik verder niemand zou interviewen. Ik weet nog dat er een ongelooflijk pak sneeuw was gevallen, zeker een meter hoog. Om te kunnen landen moest de baan vrijgemaakt worden. We landden glijdend en schuin en gleden bijna van de baan af. Ik heb aan de vlucht een hardnekkige vliegangst overgehouden.
Gaiman was net als Death in het zwart gekleed, en een van de aardigste mensen die ik ooit heb ontmoet. Het interview duurde nog geen uur; de dag bestond vooral uit het bezoeken van comic-stores met Gaiman als gids: wie hem hadden geïnspireerd, wat ik ook nog zou moeten lezen. Comics die hij had geschreven maar die niet meer verkrijgbaar waren, haalde hij uit zijn archief, en die kreeg ik gesigneerd mee, als bedankje dat ik hem had bezocht.
Toen in 2000 mijn boek met interviews uitkwam (Symbol Soup), was ik niet zozeer euforisch over die publicatie — ik had er al zo lang aan gewerkt — maar raakte ik in de ban van een ander boek dat in hetzelfde jaar verscheen: The Amazing Adventures of Kavalier & Clay van Michael Chabon. Een roman over het ontstaan van de Amerikaanse comics, met verwijzingen naar tal van pioniers waar Gaiman me een jaar eerder op had gewezen.
Het boek is ongelooflijk goed geschreven; het plezier spat ervanaf. The Amazing Adventures of Kavalier & Clay won de Pulitzer Prize.
De roman gaat over twee neven, Joe en Sam. Joe Kavalier woont in Praag als Hitler Europa de oorlog verklaart. Met hulp van zijn goochelleraar weet Joe te ontsnappen in een doodskist, en na een lange reis komt hij aan bij zijn neef Sam Clay, die in Brooklyn woont en comics schrijft.
Joe blijkt een artistiek talent en wordt gedreven door nazi-haat. Zijn familie heeft hij in Tsjechië moeten achterlaten, en de enige manier om voor hen te vechten is via zijn talent: hij verzint The Escapist, een superheld die het opneemt tegen de nazi's. Als ook Amerika in de oorlog betrokken raakt, lopen de verkoopaantallen in de miljoenen en leggen Joe en Sam de basis voor de Golden Age of American Comics.
Met zijn verworven vermogen kan Joe een plek voor zijn jongere broer kopen op een schip dat Joodse kinderen uit nazi-gebied smokkelt. Maar eenmaal onderweg wordt de boot door Duitsers aan flarden geschoten; de opvarenden verdrinken. Joe raakt verscheurd door schuldgevoel en meldt zich bij het leger om tegen de nazi's te vechten. Sam heeft zo zijn eigen sores: hij voelt zich aangetrokken tot mannen en wordt publiekelijk te schande gemaakt. Het gouden duo valt uiteen.
De roman geeft een prachtig tijdsbeeld van New York en de thema's uit die tijd: de dreiging van een oorlog, de onderdrukking van homoseksualiteit, de beginnende uitwassen van het kapitalisme. Een tijd die vraagt om een nieuwe held: The Escapist, een figuur die zich uit alle vormen van onderdrukking weet te bevrijden.
Onder de Great American Novel worden vaak de romans van Roth of Updike geschaard, of, eerder terug in de tijd, die van John Steinbeck, Mark Twain en Sinclair Lewis. En met een beetje geluk — en heel terecht — het werk van Toni Morrison en Joyce Carol Oates. Maar ik denk ook aan dit boek van Michael Chabon. Ik hou van dit boek. Joe geeft The Escapist een credo mee dat hij van zijn goochelleraar had meegekregen toen hij uit Tsjechië ontsnapte: Forget about what you are escaping from. Reserve your anxiety for what you are escaping to. Een credo dat uit de omlijning van een ballontekstje losbreekt.
Noir liefde
“When you lose you lose forever, an when you win it only lasts a second or two.”
Beschaafd barbaars
Een beetje barbaar weet dat er op hem gewacht wordt. Hij stelt zijn komst uit.
We zijn een wording
Herken je ook misschien, dat ook jij, een minuut geleden iemand anders was?
De pijn
Om het te kunnen verdragen, om de gedachte eraan te kunnen dulden, delen in de misdaad.
De Apocalyps
I believe in the power of the imagination to remake the world, to release the truth within us, to hold back the night, to transcend death.
Het machine-boek
Mister, I am The Big Fix.
Het onbekende als houvast
Ik wil je stem terugstoppen in je lichaam, daar waar hij thuishoort.
Pijn aan je oren
Don’t ever think I fell for you, or fell over you. I didn’t fall in love, I rose in it.
De waanzin
And when the war was over, why did I continue to drink and swagger around and get into fistfights?
D'Oranjeappel
Schelm! Deugniet! Judas!
Ready Made
Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is.