cover
“When you lose you lose forever, an when you win it only lasts a second or two.”
30-04-2026

Noir liefde

Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in mannen die in een mentale gevangenis leven, die hun lichaam als een harnas dragen, tot in hun vezels bot kunnen zijn, maar ook sentimenteel als de pest. 

Toen ik als tiener in een Leidse videotheek werkte, werd ik uitbetaald in films. Tussen de geweldspulp die ik zelf uitkoos propte de videotheekbaas er nog eentje bij, Kijk maar of je het wat vindt: The killing, The big sleep, The postman always rings twice. Toen ik genoeg kreeg van zwartwit, de neo-noir varianten uit de jaren zeventig en tachtig van David Lynch, The Coen Brothers, Brian de Palma en Martin Scorsese. 

Het noir-genre is altijd aan me blijven trekken en de laatste jaren meer dan ooit: dolende, verwarde mannen die hun plek in de maatschappij niet kunnen vinden en daardoor terugvallen op geweld waar de tragedie voortdurend doorheen schijnt. 

Mijn vrienden waren zo, mijn ooms, en in het werk dat ik naast het schrijven doe, kom ik voortdurend mannen tegen die met hun machismo onder hun arm lopen. Als er iets is dat hen bindt, dan is het de leegte die ze met zich meedragen, die voor mij iets poëtisch heeft.

Een van de boeken die het afgelopen jaar het meest indruk op me heeft gemaakt is Don Carpenters Hard Rain Falling, geschreven in 1966. Twee jongens die in een sociale klasse opgroeien met criminaliteit als enige carrière keuze, jongens die hun angsten overbluffen met vuisten en kogels, jongens die uit de marge willen kruipen en dromen van een ander leven. 

Ik herken er de levens in van mijn vrienden van toen. Alles waarvoor ze later jarenlang in de gevangenis zouden belanden, deden ze om de toekomst te ontlopen, het enige voorbeeld dat ze hadden en haatten: een uitgeblust huwelijk, mannen die zich in een of ander kutbaantje kapot werkten en op hun vijftigste versleten waren, met kinderen die hun ouders haten. Hun kloterige levenshouding was de angst voor de leegte die ze als lot met zich meedroegen en waar ze niet onderuit zouden komen.

Carpenter schrijft rauw en ruw. Een realisme dat geen romantisch einde duldt. De uitweg die hij de jongens biedt is de leegte te vullen met de liefde voor elkaar. Het zijn gewaagde scènes: tedere aftastende lichamen in die paar vierkante meter verkilde celruimte. Tussen beton en tralies mag niets menselijk groeien: de liefde wordt de een noodlottig en slaat bij de ander, Jack, een gapend gat waardoor hij dolend door het leven blijft gaan.  

In een van de laatste scenes rijdt Jack langs de Californische kust en tijdens een stop, ergens bij Big Sur, valt het hem op hoe kleurrijk de wereld is. Hij kijkt ernaar alsof het een Technicolor film is, waar hij geen rol in heeft. 

De straten leeg nadat mijn vrienden in detentie zaten, verhuisde ik naar Amsterdam. Ik heb ze nooit meer gezien. Wel had een van hen mijn nummer achterhaald. Hij zei getrouwd te zijn met een meisje uit de buurt. Hij heeft een kind, dat niet gepland was. Hij rijdt bloemen naar Oost Europa en is vaak weken van huis. Hij biechtte op bang te zijn voor de dood. Ik heb ook moeite met het einde, zei ik.

Deel via: