cover
“When you lose you lose forever, an when you win it only lasts a second or two.”
27-06-2026

Noir liefde

Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in mannen die in een mentale gevangenis leven, die hun lichaam als een harnas dragen, tot in hun vezels bot kunnen zijn, maar ook sentimenteel als de pest.

Toen ik als tiener in een Leidse videotheek werkte, werd ik uitbetaald in videobanden. Tussen de geweldspulp die ik zelf uitkoos propte de videotheekbaas er nog eentje bij: Kijk maar of je het wat vindt. The Killing, The Big Sleep, The Postman Always Rings Twice. Toen ik genoeg kreeg van zwart-wit, kwamen de neo-noirvarianten uit de jaren zeventig en tachtig: David Lynch, de gebroeders Coen, Brian De Palma, Martin Scorsese.

Het noir-genre is altijd aan me blijven trekken, en de laatste jaren meer dan ooit: dolende, verwarde mannen die hun plek in de maatschappij niet kunnen vinden en daardoor terugvallen op geweld, waar de tragedie voortdurend doorheen schijnt.

Mijn vrienden waren zo, mijn ooms, en in het werk dat ik naast het schrijven doe kom ik voortdurend mannen tegen die met hun machismo onder hun arm lopen. Als er iets is dat hen bindt, dan is het de leegte die ze met zich meedragen, die voor mij iets poëtisch heeft.

Een van de boeken die het afgelopen jaar het meest indruk op me heeft gemaakt is Hard Rain Falling van Don Carpenter, geschreven in 1966. Twee jongens die opgroeien in een sociale klasse met criminaliteit als enige carrièrekeuze; jongens die hun angsten overbluffen met vuisten en kogels, die uit de marge willen kruipen en dromen van een ander leven.

Ik herken er de levens in van mijn vrienden van toen. Alles waarvoor ze later jarenlang in de gevangenis zouden belanden, deden ze om de toekomst te ontlopen — het enige voorbeeld dat ze hadden en haatten: een uitgeblust huwelijk, mannen die zich in een of ander kutbaantje kapot werkten en op hun vijftigste versleten waren, met kinderen die hun ouders haten. Hun kloterige levenshouding was de angst voor de leegte die ze als lot met zich meedroegen en waar ze niet onderuit zouden komen.

Carpenter schrijft rauw en ruw. Een realisme dat geen romantisch einde duldt. De uitweg die hij de jongens biedt is de leegte te vullen met de liefde voor elkaar. Het zijn gewaagde scènes: tedere, aftastende lichamen in die paar vierkante meter verkilde celruimte. Tussen beton en tralies mag niets menselijks groeien: de liefde wordt de een noodlottig, en bij de ander, Jack, slaat ze een gapend gat waardoor hij dolend door het leven blijft gaan.

In een van de laatste scènes rijdt Jack langs de Californische kust, en tijdens een stop, ergens bij Big Sur, valt het hem op hoe kleurrijk de wereld is. Hij kijkt ernaar alsof het een technicolorfilm is waar hij geen rol in heeft.

Toen de straten leeg waren, mijn vrienden in detentie, verhuisde ik naar Amsterdam. Ik heb ze nooit meer gezien. Wel had een van hen mijn nummer achterhaald. Hij zei getrouwd te zijn met een meisje uit de buurt. Hij heeft een kind, dat niet gepland was. Hij rijdt bloemen naar Oost-Europa en is vaak weken van huis. Hij biechtte op bang te zijn voor de dood. Ik heb ook moeite met het einde, zei ik.

Deel via: